Aankomend onderofficier grondoptreden

Het werkterrein van de aankomend onderofficier grondoptreden bevindt zich op de scheidslijn tussen leidinggevende en uitvoerende taken. De door de leidinggevende gemaakte keuze worden door de aankomend onderofficier grondoptreden vertaald in actie (uitvoering). Hij werkt gedurende een lange tijd zelfstandig aan een open opdracht. Hij is organiserend en controlerend in opdracht van zijn leidinggevende. Hij is direct verantwoordelijk voor deze werkzaamheden.

Verder is hij degene die zijn team aanstuurt en leiding geeft tijdens de uitvoering van de opdrachten. Hij is tijdens de uitvoering van opdrachten verantwoordelijk voor de werkzaamheden die zijn teamleden uitvoeren. Hierdoor heeft hij te maken met afbreukrisico. Hij corrigeert, begeleidt en adviseert hen inhoudelijk en geeft hen instructie en training. Tevens is hij de stuwende kracht binnen het team. Tijdens deze opdrachten speelt hij in op wisselende en onverwachte omstandigheden en moet hij zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Als hij er zelf niet uit komt, schakelt hij op tijd de hulp van zijn leidinggevende in.

Kerntaak Werkproces
1. Voert militaire basisvaardigheden uit 1.1 Bereidt een militaire opdracht voor
  1.2 Maakt zijn uitrusting bedrijfsgereed en onderhoudt deze
  1.3 Maakt zich inzetgereed
  1.4 Handhaaft zich in de operationele omgeving
  1.5 Neemt maatregelen tegen CBRN en TIM
  1.6 Neemt maatregelen tegen munitie, mijnen en IED's
  1.7 Treedt op bij incidenten en calamiteiten
  1.8 Evalueert zijn optreden
2. Geeft leiding en/of voert coördinerende taken uit 2.1 Ontwikkelt een plan voor een teamopdracht
  2.2 Communiceert het plan aan het team
  2.4 Stuurt het team aan
  2.5 Evalueert de uitvoering van het plan met het team
  2.6 Voert gesprekken met individuele teamleden
3. Geeft instructie en training 3.1 Werkt zijn team op
  3.2 Lost onderkende prestatieproblemen op
4. Voert militaire beveiligingstaken uit 4.1 Richt checkpoints, roadblocks, base-wachten en posten in
  4.2 Voert sociale patrouilles uit
  4.3 Voert verkenningspatrouilles uit
  4.4 Voert surveillances en controles uit
  4.5 Voert toe- en uitgangscontroles uit
5. Voert basistechnische en basislogistieke vaardigheden uit 5.1 Voert basisonderhoud uit aan voertuigen en maakt deze inzetgereed
  5.2 Controleert en onderhoudt de communicatiemiddelen
  5.3 Zorgt voor het in bedrijf houden van uitrustingsstukken en voertuigen