Jonge docenten omarmen competentiegericht beroepsonderwijs
donderdag 8 maart 2007Docenten die minder dan vijf jaar voor de klas staan, zijn grotendeels voorstander van het competentiegericht beroepsonderwijs (CGBO). Docenten die 20 jaar of langer in het mbo werken, zijn aanzienlijk minder positief dan hun jongere collega's. 'CGBO is slecht voor de doorstroom naar een vervolgopleiding, komt de algemene ontwikkeling van de leerling niet ten goede en er wordt te weinig naar docenten geluisterd bij het vormgeven ervan op school', zo luidt de kritiek. Het bedrijfsleven is gematigd positief: ruim één op de drie praktijkopleiders is van mening dat leerlingen beter voorbereid op de werkplek komen sinds de invoering van deze nieuwe vorm van leren. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek onder docenten en praktijkopleiders van de opleidingsrichtingen voor economisch-administratieve beroepen, sociaal-juridische dienstverlening, beveiliging en ICT. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van kenniscentrum ECABO. De resultaten zijn vandaag bekend gemaakt tijdens de Conferentie Btg ESB&I 2007.
'De resultaten van het onderzoek bevestigen onze indruk', aldus Annelies Kuiper, Directeur Onderwijs van ECABO. 'De experimenteerperiode voor scholen is nog in volle gang, maar ze krijgen weinig ruimte om van fouten te leren en zo nieuwe zekerheden op te bouwen. Onze indruk is dat het toezichthoudend instituut, het KwaliteitsCentrum Examinering (KCE), op voorhand een te zware druk legt op de nog experimenterende scholen. Dat maakt docenten extra onzeker.'
Knelpunten
De helft van de ondervraagde mbo-docenten geeft aan examinering en het aanbieden van flexibel vraaggestuurd onderwijs als grootste knelpunten te ervaren. Het feit dat bij competentiegericht beroepsonderwijs de nadruk ligt op het ontwikkelen van vaardigheden in plaats van op het verwerven van kennis is volgens 38% van de docenten een groot knelpunt. Ruwweg kan worden gesteld dat hoe langer men werkzaam is binnen het mbo, hoe vaker deze zaken als knelpunten worden genoemd.
In de optiek van de praktijkopleiders zijn de duidelijkheid van de instructies die leerlingen en leerbedrijven krijgen voor de invulling van de stage en de hoeveelheid begeleiding die daarbij nodig is de belangrijkste obstakels.
Docenten verdeeld
Op de stelling 'Ik ben een grote voorstander van competentiegericht beroepsonderwijs' zegt iets minder dan de helft (46%) van de ondervraagde mbo-docenten 'ja'. Een derde (35%) daarentegen is geen fan. De redenen voor de verdeeldheid zijn divers. Zo vindt bijna de helft van de ondervraagde docenten dat CGBO de algemene ontwikkeling van de leerling ten goede komt. Ruim een derde (37%) vindt dit echter niet. Vooral docenten die 25 jaar of langer werkzaam zijn, behoren tot de laatste categorie.
Meer dan de helft (55%) oordeelt dat in competentiegericht onderwijs voldoende aandacht wordt besteed aan kennisverwerving. Wederom een derde deelt die mening niet. Ook hier zijn het vooral de docenten die al langer werkzaam zijn (langer dan 20 jaar), die het oneens zijn met de stelling.
Zij zijn van mening zijn dat er teveel accent ligt op de ontwikkeling van vaardigheden en attituden. 'Wat ons verbaast, is de veronderstelling van docenten dat bij CGBO vaardigheid boven kennis gaat. Kennis wordt uiteindelijk geïncorporeerd in gedrag in plaats van alleen separaat aan te bieden.'
Of CGBO goed of slecht is voor de doorstroom naar een vervolgopleiding staat een relatief groot deel van de respondenten (26%) neutraal. De rest is verdeeld: 37% oordeelt dat het de doorstroom positief beïnvloedt, 38% vindt het tegenovergestelde. Wederom zijn docenten die 20 jaar of langer in het mbo werken, het minst positief.
In de praktijk
Bij praktijkopleiders lopen de meningen over CBGO en de gevolgen ervan voor de manier waarop in het bedrijf wordt gewerkt en geleerd, eveneens uiteen. De belangrijkste veranderingen die zij hebben opgemerkt ten gevolge van de invoering van CGBO zijn de toename van de vaardigheden en het feit dat leerlingen meer begeleiding nodig hebben.
Met de stelling 'CGBO is geschikt voor alle leerlingen' is 31% het eens, 43% deelt die mening niet. Of leerbedrijven te zwaar belast worden door de invoering van competentiegericht onderwijs oordeelt een relatief groot deel (48%) neutraal. Iets minder dan een kwart vindt wel dat bedrijven door deze vorm van onderwijs te zwaar belast worden, terwijl 30% het daar juist niet mee eens is.
Stagiairs die een competentiegerichte opleiding volgen, hebben volgens de helft van de praktijkopleiders net zoveel instructie nodig om het werk te kunnen uitvoeren als andere leerlingen. Eén op de drie is van mening dat zij veel vaker met stagiairs moeten overleggen over het werk dan een paar jaar geleden het geval was.
ECABO aan zet
De helft van de docenten vindt dat ECABO te weinig doet om ze te helpen bij het delen van kennis met het bedrijfsleven. Ook praktijkopleiders
(45%) geven aan niet goed geïnformeerd te zijn over de betekenis van competentiegericht onderwijs voor hun organisatie.
'Die kritiek nemen we uiteraard ter harte. We hebben een aantal maatregelen genomen om onze dienstverlening te intensiveren. Zo zijn de meeste scholen al benaderd voor een inventarisatie van hun kennis- en informatiebehoefte. In die behoefte zien we niet alleen verschillen tussen scholen onderling, maar ook tussen management, coördinatoren en docenten binnen een school. Daar waar onze buitendienst nauw samenwerkt met de school om de relaties met de leerbedrijven te verstevigen, zien we ook dat de relatie tussen het binnenschoolse leren en de stage verbetert.
Dat vergroot de tevredenheid van alle betrokkenen en zeker die van de leerling. Op die samenwerking tussen scholen, leerbedrijven en ECABO richten we de komende jaren dan ook al onze energie'.
Onderzoek
Onder het motto 'Van stoel wisselen' is op 7 en 8 maart de voortgang van het competentiegericht beroepsonderwijs onder de loep genomen. De bijeenkomst is een initiatief van Bedrijfstakgroep ESB&I, het kennisplatform van de mbo-opleidingen voor economisch-administratieve beroepen, sociaal-juridische dienstverlening, beveiliging en ICT. Het zwaartepunt van de tweedaagse lag opnieuw bij goede voorbeelden en praktische tips over competentiegericht beroepsonderwijs (CGBO). Een groot aantal ROC's hebben laten zien, hoe ze de invoering van CGBO hebben vormgegeven. De nog prille ervaringen met allerlei vormen van praktijkleren kwam met de uitslag van het grote docenten- en praktijkopleidersonderzoek scherp in beeld op de tweede conferentiedag.
Ruim 2.000 praktijkopleiders van leerbedrijven van ECABO en bijna 1.000 mbo-docenten hebben aan het onderzoek deelgenomen. De onderzoeksresultaten zijn representatief voor beide doelgroepen. ECABO heeft in samenwerking met de MBO Raad de vragenlijst, die voor het merendeel uit stellingen bestaat, opgesteld.
